Naar inhoud

Marathon Rotterdam Marcel’s mijlpaal

Ruim 40 kilometer hardlopen. Dat is een prestatie. Lees hoe deze bikkel van Eelde de marathon van Rotterdam liep.
9 mei 2018

Een maand geleden liep onze klant Marcel de Marathon van Rotterdam. Bij FBTO noemen we hem de bikkel van Eelde. Hieronder zijn persoonlijke verslag. Eerder publiceerden we het verhaal van Marcel op onze Nieuws en blogs pagina. Onderaan dit artikel een linkje naar het hele verhaal van Marcel.

De dag van de waarheid

Zondagochtend 8 april. Om half 7 gaat de wekker. De dag van de waarheid, 42.195 meter voor de boeg. De wekker zetten was niet nodig, ik lag al bijna een uur wakker. Eindelijk mag ik van mijzelf uit bed. In alle stilte, om vrouw en kinderen niet wakker te maken. Sportkleding aan en de zoveelste check of de benodigde spullen wel in mijn tas zitten. Na een licht ontbijt, dat ik bijna niet wegkrijg, rijd ik samen met een vriend naar een Rotterdams metrostation.

Knuffels

Aangekomen op station Blaak geven we elkaar een knuffel, wensen elkaar veel succes en gaan beide onze eigen weg. De hele voorbereiding hebben wij op onze eigen individuele manier vorm gegeven en zo starten wij ook. Daarnaast loopt hij op een sneller tempo dan ik voor ogen heb.

Iedere loper in zijn eigen ‘bubbel’

Ruim op tijd ben ik op de plek waar het allemaal begint. Honderden andere lopers zitten allemaal in hun eigen bubbel. Er hangt een geur van hete spierzalf en een sfeer van spanning. Op naar de start: ik loop naar de voet van de Erasmusbrug en duik mijn startvak binnen.

You’ll never walk alone

Traditiegetrouw zingt Lee Towers iets voor 10.00 uur 'You'll never walk alone'. Ik vind het een draak van een sentiment, toch voel ik een eerste traan komen. Meteen besef ik dat het een emotionele dag wordt. Nog geen 2 jaar geleden lag ik voor een rugoperatie in een Belgisch ziekenhuis. Nu (meerdere pennen, schroeven en kooien met donorbot verder) sta ik na een lang revalidatietraject aan de start van de marathon.

Geen tijd om terug te krabbelen

De afgelopen dagen dacht ik er steeds vaker aan. De idiotie van deze zelf opgelegde uitdaging. Hoe heb ik ooit bedacht dat dit een goed idee zou zijn... Geen tijd om nu nog terug te krabbelen. Vrienden en familie staan langs het parcours, vele andere leven op een afstand mee. Ik wil ze natuurlijk niet teleurstellen.

Het startschot klinkt

Het is bijna half 11. Het laatste startschot klinkt, ik vertrek. Al die mensen langs de kant, alle lopers, het is één groot feest. Gedragen door al het enthousiasme start ik natuurlijk sneller dan ik aan zou kunnen. Ik zie mijn vrouw en kinderen in het publiek staan zwaaien in duidelijk herkenbare t-shirts. Ik ga nog iets sneller. Gelukkig lukt het mij na een kilometer of 3 in het vooraf voorgenomen tempo te blijven lopen.

Ambulances af en aan

De temperatuur stijgt en het wordt nu alleen maar warmer. Het verschil van trainen in -10 graden in de sneeuw naar nu - een paar weken later - in +20 graden is groot. Vooral goed blijven drinken en eten. Vanaf 10 kilometer merk ik dat ik langzaam andere lopers inhaal. Nog een paar kilometer verder zie ik de eerste uitvallers aan de kant van de weg zitten en liggen. Hoe verder ik doorloop, hoe meer uitvallers ik zie liggen. En ambulances die af en aan rijden. Mocht er bij mij nog enige sprake zijn van naïviteit over de zwaarte van zo’n marathon, dan is die er nu wel af. Ik moet serieus goed blijven letten op signalen van mijn lichaam en hier ook vroegtijdig naar luisteren.

Vrouw en kinderen reizen langs het parcours met de metro en ik stop even bij ze rond het 14 kilometer punt. Flesjes drinken en gelletjes aanvullen. Het volgende punt dat ik ze zal treffen is pas weer rond 27 kilometer.

Het 1e deel van de marathon zit er op...

De eerste grote lus in het parcours is gemaakt en zwaai nog even naar schoonzus en zwager aan de kant. Ik kom weer bij de Erasmusbrug uit. Volgens de kenners is dit altijd een kuitenbijtertje. Om mij heen zie ik het merendeel van de mensen langzaam lopen, maar wonderwel vlieg ik er fluitend overheen. Als ik mijn vrouw en kinderen weer tref merk ik dat het toch wel iets zwaarder wordt. Tegelijkertijd valt het mij mee dat ik dit gevoel van zwaarte niet al veel eerder zou hebben.

Ik krijg vleugels

Ik begin nu wel wat pijntjes te voelen in mijn bovenbenen en merk dat ik een paar blaren op mijn voeten krijg... Maar mijn rug? Helemaal niets, geen pijn, geen steek, niet stijf of juist te los. Alsof ik nooit rugklachten heb gehad. Ik krijg weer vleugels en kom zonder het echt te beseffen bij het 30 kilometerpunt uit.

Wat een droom...

Volgens de kenners is de 30 kilometer toch een soort magische grens. Er wordt wel gezegd dat een marathon de eerst 30 kilometer niets anders is dan inhouden de overige 12 kilometer enkel afzien is. Dat punt ben ik nu voorbij, maar afzien is het nog zeker niet. Ik begin nu langzaam te geloven in het succesvol uitlopen van de marathon. Wat een droom. Kippenvel.

Kramp!

Nog geen 500 meter verder lopen mijn bovenbenen en dijbenen ineens helemaal vol, de kramp schiet er vanuit het niets bijna in. Totaal onverwacht, een paar minuten geleden liep ik nog te fluiten, wat gebeurt er? Ik moet even wandelen en laat dit mijn vrouw even weten via een berichtje. Ze stuurt een paar berichtjes terug. De vriend waarmee ik een paar uur geleden nog in de auto zat heeft het volgens haar ook zwaar en wandelt ook. Het berichtje wat ze kort daarop stuurt, dat hij is uitgestapt, lees ik niet. Waarschijnlijk maar goed ook, anders denk ik niet dat ik het op had kunnen brengen om mijzelf weer in beweging te zetten. Ik ploeg en ploeter voort, alles is zwaar en doet pijn, behalve mijn rug, en daar put ik mijn enige energie uit. Zolang ik mijn rug niet voel ga ik door; dat is wat ik mij heb voorgenomen.

...De bezemwagen

Op het 35 kilometerpunt staan zwager en schoonzus met de kinderen. Ze masseren mijn boven- en dijbenen en ik kom weer enigszins op adem. Iets te lang blijf ik daar hangen. Andere lopers sjokken en strompelen aan mij voorbij. Ineens zie ik een paar honderd meter achter mij de bezemwagens om de hoek opdoemen. Dat had ik niet voorzien en zeker ook niet in de planning. Haastig neem ik afscheid en sleep mijzelf voort. Naast mij loopt een jonge vrouw, ze heeft het ogenschijnlijk zwaarder dan ik en ze kijkt angstig achter zich naar de naderende bezemwagens. Ik gooi haar wat bemoedigende woorden toe. We raken verder aan de praat en spreken elkaar moed in. Ik spoor haar aan om weer te gaan hardlopen, het lukt en ze rent weer. Samen rennen wij door. Ze is blij dat ik haar op sleeptouw nam, anders was ze zeker opgeslokt door de bezemwagen geeft ze aan. Mij geeft het de nodige afleiding en hoef even niet aan alle pijntjes te denken.

Op het sleeptouw

Op het 37 kilometerpunt staan mijn vrouw en kinderen weer. Dit is voor mij het emotionele breekpunt, nog 5 kilometer te gaan met al zo’n lange weg afgelegd te hebben, rollen de tranen over mijn wangen. Ik wil verder, maar er zit geen snelheid meer in. Ik merk dat de jonge vrouw naast mij rondhuppelt alsof ze net begonnen is en nog vol energie zit. Ik spoor haar aan om alleen verder te gaan omdat ik haar nu toch maar ophoud. Ze wijst dit resoluut van de hand, ik heb haar een paar kilometers terug behoed voor de bezemwagens, nu neemt zij mij op sleeptouw, tot aan de finish, geen discussie over mogelijk.

Hand in hand naar de finishlijn

En dan is daar ineens de laatste bocht, nog maar 500 meter. Ik heb het gehaald, ik zie ineens mij twee zoons naast mij lopen. Ze houden mijn hand vast en slepen mij de laatste meters naar de finishlijn. De tranen rollen weer over mijn wangen.

Burgemeester Aboutaleb staat ons, de laatste lopers, op te wachten. Ik val in zijn armen en geef hem een knuffel, ik mompel nog iets over excuses over het bezweet maken van zijn pak, hij geeft aan dat dat niet erg is. Ik laat hem weer los en passeer nu echt de finishlijn. Ik heb het gehaald, de medaille hangt om mijn nek, alles doet pijn, behalve mijn rug.

Trots!

Trots overheerst in alles, ook trots voor mijn gezin die de afgelopen jaren zoveel betekent hebben in mijn situatie. Zowel voor de operatie als erna in de verzorging, maar ook in al het geduld tijdens te revalidatie en de voorbereiding naar deze marathon.

Marcel over de finish

Ik en we hebben het gehaald, maar ik doe dit nooit weer was mijn eerste gedachte. Nu nog geen twee weken later zie ik wat ik anders had kunnen doen in de voorbereiding en tijdens het lopen zelf, misschien tot volgend jaar. Ik zie wel ruimte voor verbetering!

Lees en bekijk hier het verhaal van Marcel.

Misschien vind je dit ook interessant...